|
Bij dit proces, dat ook wel het booglassen met afsmeltende elektrode wordt genoemd, bevindt zich de boog tussen de lasdraad en het werkstuk. Het verschil tussen het MIG-lassen en het MAG-lassen is het gebruikte beschermgas. Bij het MIG-lassen wordt een inert gas of gasmengsel gebruikt, zoals argon of argon/helium. Bij het MAG-lassen wordt een beschermgas gebruikt met een actieve component, zoals kooldioxide en/of zuurstof.
Bij het MIG/MAG-lassen zijn drie boogtypes mogelijk: de kortsluitboog, de sproeiboog een de pulsboog. Welk type wordt toegepast is afhankelijk van de plaatdikte, de positie, de gestelde eisen en uiteraard de beschikbare apparatuur.
Met name de ontwikkeling van de juiste beschermgassen en beschermgasmengsels heeft ertoe geleid dat het MIG/MAG-lassen op grote schaal wordt toegepast. |