|
In de rubber- en kunststofindustie spelen gastoepassingen vaak een belangrijke rol. Het 'ontbramen' met vloeibare stikstof is hier een bekend voorbeeld van. Een andere gastoepassing is het 'inertiseren van extruders'. Deze toepassingen lichten we op deze pagina verder toe.
Inertiseren van extruders
Kunststoffolie, granulaat en rubbergranulaat doorlopen vaak een extruder waar een zekere druk en temperatuur heerst. Hierbij zijn deze stoffen plastisch. Door de aanwezigheid van druk, temperatuur en luchtzuurstof kan echter een oxidatiereactie optreden. Deze oxidatie heeft tot gevolg dat de extruderdelen (worm, kneder en omkasting) vervuild raken, waarna deze delen gereinigd moeten worden. Ook wordt hierdoor op den duur het extrudaat vervuild, hetgeen verlies van grondstof oplevert. Inertiseren van de extruder helpt dit te voorkomen.
Werkingsprincipe
De extruder kunnen we zien als een reactievat, met daarin brandstof (kunststof of rubber), zuurstof (uit de lucht), daarbij mogelijk een verhoogde temperatuur en druk. Om een oxidatiereactie onder deze omstandigheden te voorkomen, is het belangrijk dat zuurstofinsluiting wordt vermeden voordat de temperatuur en de druk in de extruder oplopen. Dit kan door in de invoertrechter van de extruder gasvormige stikstof te doseren. Hiermee wordt de zuurstof verdreven, die zich tussen het granulaat bevindt. Door tijdens het proces continu stikstof te doseren zal deze zich door het granulaat bewegen, zodat zich in het toe te voeren granulaat geen lucht meer kan bevinden. Stikstof moet wel met een bepaalde snelheid gedoseerd worden om geen 'dode hoeken' te creëren.
Toepassing
Fabricage van kunststof- en rubberfolie, waarbij o.a. eisen worden gesteld aan geur (voedingsmiddelen) en dichtheid van de folie.
Voordelen:
langdurig bedrijf zonder extruder(onderdelen) te reinigen
doordat de zeef aan het uiteinde van de extruder minder vervuilt, is minder elektrische energie nodig
geen 'verbrandingslucht' aan de folie
geen zwarte verbrandingsrestjes in de folie
geen afvalproduct meer, doordat de extruder tijdens opnieuw opstarten niet meer gespoeld hoeft te worden. |