|
In de jaren ’90 zijn in de EU de CFK-houdende koudemiddelen uitgefaseerd. Naast de te verwachten overeenkomsten met de uitfasering van HCFK’s, zoals een mogelijk tekort aan voldoende capaciteit bij de koeltechnische installateurs en een door de krapte gedreven prijsstijging van de koudemiddelen, is er ook een belangrijk verschil.
Bij de uitfasering van HCFK’s mag met ingang van 1 januari 2010 geen gebruik gemaakt mogen worden van nieuw geproduceerd materiaal. Ook nieuw geproduceerde HCFK’s die voor 1 januari 2010 verhandeld zijn mogen niet gebruikt worden na 1 januari 2010. Dit geldt voor alle partijen in de markt, dus zowel de producenten, de distributeurs, de koeltechnische installateurs als de daadwerkelijke eigenaren van de koeltechnische installaties.
Vooral dit laatste punt is een groot verschil met de uitfasering van CFK’s in het verleden. Toen mochten er gedurende een overgangsperiode geen CFK’s verhandeld worden door de producenten, de distributeurs en de koeltechnische installateurs, maar mochten de eigenaren van koeltechnische installaties wel nieuw geproduceerd materiaal opslaan voor gebruik in hun eigen installatie. Dat laatste is nu niet het geval!
In combinatie met de jaarlijkse hoeveelheid geregenereerde HCFK’s leidt dit tot de conclusie dat het van groot belang is om tijdig te beslissen over de toekomst van de in gebruik zijnde koeltechnische installaties. |